Artikel
De ETS operatie tegen blozen, wat het onderzoek zegt
Endoscopische thoracale sympathectomie snijdt de zenuwen door die de blos aansturen. Het is echte chirurgie en het is niet terug te draaien.
Dit artikel geeft je de gepubliceerde cijfers en verder niets. Het geeft geen advies. Die beslissing hoort bij jou en een arts die jouw situatie kent.
Het getal dat de meeste mensen te zien krijgen
Op de pagina's van klinieken staat het spijtpercentage meestal ergens in de orde van een paar procent. Twee tot vier procent kom je vaak tegen.
Onthoud dat getal even, want er is een langere nameting.
Het getal uit de langstlopende nameting
Tussen 1989 en 1998 werden drieduizendvijftien mensen aan beide zijden geopereerd. Later kregen zij een vragenlijst; zeventienhonderd mensen antwoordden, ruim de helft. Gemiddeld was de operatie toen 14,6 jaar geleden.
Wat daar uit kwam:
- Voor blozen in het gezicht was de operatie geslaagd bij 72,8 procent.
- Voor zweethanden was dat 95,6 procent.
- Compenserend zweten ergens anders op het lichaam kwam voor bij 80,0 procent van de hele groep.
- 6,5 procent was ontevreden en 13,5 procent had er spijt van, over de hele groep gerekend.
- Bij een eerdere ronde onder dezelfde mensen was dat spijtpercentage nog 7,8 procent.
Hoe je het verschil leest
Twee dingen springen eruit, en ze worden allebei zelden genoemd.
Blozen is de reden met de slechtste uitkomst. Niet de operatie faalt vaker, maar juist bij deze indicatie. Van de mensen die voor zweethanden geopereerd waren was 86,6 procent tevreden. Van de mensen die voor blozen geopereerd waren 73,5 procent. Als je een succespercentage leest op een kliniekpagina, controleer dan of dat over blozen gaat of over alle redenen bij elkaar.
Spijt groeit met de jaren. Van 7,8 procent naar 13,5 procent, bij dezelfde mensen. De paar procent van de kliniekpagina's is geen leugen; het is een vroege meting. Wie nu een cijfer over spijt leest, hoort te weten na hoeveel jaar het gemeten is.
En let op de noemers. De 72,8 procent gaat over de mensen die voor blozen geopereerd zijn. De 80 procent en de 13,5 procent gaan over de hele groep, alle redenen bij elkaar. Naast elkaar gezet lezen die drie als één groep, en dat zijn ze niet.
Wat compenserend zweten echt betekent
Het klinkt als een voetnoot en dat is het niet. Het betekent dat je lichaam op een andere plek gaat zweten, meestal op de romp, de rug of de benen, en dat het niet weggaat.
In een Deense reeks van honderdachtenvijftig patiënten, waarvan negenenveertig geopereerd voor blozen of gezichtszweten, trad compenserend zweten op bij 89 procent, en bij 35 procent was het zo erg dat mensen zich overdag moesten omkleden. Die twee cijfers gaan over de hele reeks, alle drie de redenen voor de operatie bij elkaar en niet over de negenenveertig alleen, onder de 94 procent die de vragenlijst terugstuurde; hoe vaak het voorkwam verschilde niet wezenlijk tussen de drie groepen.
Dat is de ruil die op tafel ligt: je gezicht doet het misschien niet meer, en de rest van je lichaam doet iets nieuws.
Het andere dat de cijfers je niet kunnen vertellen
Er is een reden waarom een geslaagde operatie toch kan tegenvallen, en die staat in ander onderzoek.
In het onderzoek uit 2001 daalde de angst om te blozen fors terwijl het gemeten blozen niet veranderde. Dat betekent dat de angst en de kleur los van elkaar kunnen bewegen. En dus kan het ook andersom: de kleur weg, en de angst nog aanwezig, want die is jarenlang op iets anders gaan draaien, namelijk op het opletten en het vermijden.
Dat is geen argument tegen de operatie. Het is een reden om vooraf te weten welk van de twee je eigenlijk kwijt wilt.
Als je het serieus overweegt
Lees de nameting zelf, niet alleen de samenvatting van een kliniek. Vraag naar het succespercentage voor blozen en niet voor alle indicaties. Vraag na hoeveel jaar de spijtcijfers gemeten zijn die je te zien krijgt. Vraag wat er gebeurt als je bij de 80 procent hoort met compenserend zweten. En vraag jezelf af of het de kleur is die je dwarszit of het opletten.
Waar deze site staat
Nergens. Dit is een beslissing tussen jou en een arts, en deze site verkoopt er geen mening over.
Wat deze site wel doet is de cijfers erbij zetten die niet altijd op de folder staan, met de bron eronder, zodat je ze zelf kunt nakijken.
Bronnen
- Smidfelt and Drott. Late results of endoscopic thoracic sympathectomy for hyperhidrosis and facial blushing. British Journal of Surgery, 2011.
- Licht and Pilegaard. Severity of compensatory sweating after thoracoscopic sympathectomy. Annals of Thoracic Surgery, 2004.
- Mulkens, Bögels, de Jong and Louwers. Fear of blushing: effects of task concentration training versus exposure in vivo on fear and physiology. Journal of Anxiety Disorders, 2001.
- Drummond, Shapiro, Nikolić and Bögels. Treatment options for fear of blushing. Current Psychiatry Reports, 2020.
- Bögels. Task concentration training versus applied relaxation, in combination with cognitive therapy. Behaviour Research and Therapy, 2006.
Elke bewering gelinkt aan de studie waar hij vandaan komt.
Haalt dit stukken uit je leven, dan is een huisarts of een psycholoog de goede volgende stap, en erom vragen is een normale stap. Deze site is daar geen vervanging voor.
