Wangen met een blos op het getekende gezicht dat deze site als merkteken gebruiktThe Blushing Brain

Artikel

Erytrofobie, de angst om te blozen, uitgelegd

Bijna niemand komt bij dit woord als eerste uit. Mensen vinden het na jaren, meestal terwijl ze iets anders zochten. Dat het een naam heeft is op zichzelf al iets waard, want iets met een naam is onderzocht, en iets wat onderzocht is heeft een bewijsbasis.

Waarin het verschilt van blozen

Erytrofobie is de angst om te blozen. Niet het blozen zelf. Dat onderscheid is het hele onderwerp.

Het duidelijkste bewijs dat de twee los van elkaar staan komt uit een onderzoek uit 2001. Patiënten met bloosangst werden behandeld, en hun blozen werd de hele tijd fysiologisch gemeten in plaats van uitgevraagd. De angst om te blozen daalde. Het gemeten blozen veranderde niet. De onderzoekers schreven dat de angst om te blozen een angstige preoccupatie weerspiegelt, los van de werkelijke gezichtskleur.

Mensen knapten op zonder dat hun gezicht ook maar iets veranderde.

Wat er onderin gebeurt

De behandelliteratuur, samengevat in een overzicht uit 2020, komt steeds terug bij hetzelfde mechanisme: zelfgerichte aandacht. Je draait een simulatie van hoe je er voor anderen uitziet terwijl je een gesprek probeert te voeren, op dezelfde processor.

Daar bovenop ligt een inschatting die rechtstreeks gemeten is. Mensen met bloosangst schatten twee dingen te hoog in: hoe waarschijnlijk het blozen is en wat het gaat kosten. Buitenstaanders die dezelfde situaties beoordeelden kwamen uit bij de groep met weinig angst.

En het zit dieper dan een mening. In onderzoek met een impliciete associatietest bleek dat mensen met bloosangst blozen niet alleen bewust maar ook automatisch koppelen aan sociale kosten. Er is ook onderzoek dat laat zien dat zij strengere sociale normen hanteren dan anderen, waardoor dezelfde situatie zwaarder weegt.

De blos doet niet wat jij denkt dat hij doet

In één experiment speelden deelnemers een spel tegen een tegenstander die hen benadeelde, en zagen daarna een foto van die tegenstander die wel of niet bloosde. De blozende tegenstander kreeg meer geld toevertrouwd, werd positiever beoordeeld, en er werd van hem verwacht dat hij minder vaak vals zou spelen. Het artikel heet Saved by the blush.

De conclusie is niet dat blozen prettig is. De conclusie is dat anderen een blos lezen als bewijs dat het je iets kan schelen wat zij denken. Dat ligt dicht bij het tegenovergestelde van de betekenis die jij eraan hebt gegeven.

Wat er als behandeling getoetst is

Taakconcentratietraining. In een gerandomiseerd onderzoek onder vijfenzestig patiënten werd het vergeleken met toegepaste ontspanning, allebei gevolgd door cognitieve therapie. Beide waren zeer effectief. Na een jaar stond de taakconcentratiegroep voor op de angst om lichamelijke verschijnselen te tonen.

In groepsvorm. Een Duits team toetste taakconcentratietraining en cognitieve therapie in een verdichte groepsvorm tegen een wachtlijst, bij tweeëntachtig patiënten. Beide versloegen wachten en ze waren even effectief. Bij de nameting na een half jaar lag het aandeel klachtenvrij onder de mensen die het afmaakten tussen de 69 en 73 procent.

Exposure. In het onderzoek uit 2001 waren zowel exposure in vivo als taakconcentratietraining effectief. Taakconcentratie deed het direct na de behandeling wat beter op de angst om te blozen; na een jaar was dat verschil weg en waren beide groepen verder vooruitgegaan.

Een cursus voor mensen die niet naar een therapeut gaan. Onderzoekers bouwden een laagdrempelige voorlichtingscursus van zes wekelijkse bijeenkomsten, aangeboden aan deelnemers door docenten in plaats van aan patiënten door therapeuten. Bij zevenenveertig deelnemers verminderde het de angst om te blozen en de sociale angst, met een groot effect, en dat hield na een jaar stand. Er zat geen controlegroep in, dus lees het als veelbelovend en niet als bewezen.

Wat niet vaststaat

Medicatie. Het systematische overzicht uit 2016 over propranolol bij angststoornissen vond acht bruikbare onderzoeken, waarvan er één over sociale fobie ging, met zestien deelnemers. Dat is geen basis om in welke richting dan ook iets uit te concluderen, en het is een gesprek voor een arts die jou kent.

De operatie heeft op deze site een eigen artikel, omdat de cijfers op lange termijn meer ruimte verdienen dan een alinea.

Het ding om mee te nemen

Het gemeten blozen en de angst om te blozen zijn twee verschillende dingen, en alleen het tweede is aantoonbaar te veranderen. Dat klinkt als een beperking en het is het tegenovergestelde: het betekent dat je niet hoeft te wachten tot je gezicht meewerkt.

Bronnen

  1. Drummond, Shapiro, Nikolić and Bögels. Treatment options for fear of blushing. Current Psychiatry Reports, 2020.
  2. Mulkens, Bögels, de Jong and Louwers. Fear of blushing: effects of task concentration training versus exposure in vivo on fear and physiology. Journal of Anxiety Disorders, 2001.
  3. Bögels. Task concentration training versus applied relaxation, in combination with cognitive therapy. Behaviour Research and Therapy, 2006.
  4. Härtling, Klotsche, Heinrich and Hoyer. Cognitive Therapy and Task Concentration Training Applied as Intensified Group Therapies for Social Anxiety Disorder with Fear of Blushing — A Randomized Controlled Trial. Clinical Psychology & Psychotherapy, 2016.
  5. Dijk and de Jong. Blushing-fearful individuals overestimate the costs and probability of their blushing. Behaviour Research and Therapy, 2012.
  6. Glashouwer, de Jong, Dijk and Buwalda. Individuals with fear of blushing explicitly and automatically associate blushing with social costs. Journal of Psychopathology and Behavioral Assessment, 2011.
  7. Dijk, de Jong and Peters. Judgmental biases of individuals with a fear of blushing: the role of relatively strict social norms. Clinical Psychology & Psychotherapy, 2016.
  8. Dijk, Koenig, Ketelaar and de Jong. Saved by the blush: being trusted despite defecting. Emotion, 2011.
  9. Dijk, Buwalda and de Jong. Dealing with Fear of Blushing: A Psychoeducational Group Intervention for Fear of Blushing. Clinical Psychology & Psychotherapy, 2012.
  10. Steenen, van Wijk, van der Heijden, van Westrhenen, de Lange and de Jongh. Propranolol for the treatment of anxiety disorders: Systematic review and meta-analysis. Journal of Psychopharmacology, 2016.

Elke bewering gelinkt aan de studie waar hij vandaan komt.

Haalt dit stukken uit je leven, dan is een huisarts of een psycholoog de goede volgende stap, en erom vragen is een normale stap. Deze site is daar geen vervanging voor.

Eén korte mail per week, zolang jij hem wilt. Twee of drie minuten per stuk, in dezelfde toon als de video's.

Eén korte mail per week. Weg met één klik.

In de onderwerpregel staat nooit waar deze mails over gaan, en de afzendernaam zegt niets. Kijkt iemand mee op je telefoon, dan ziet hij één zin en verder niets.